
Opvoeddebat
Wilt u een opvoeddebat organiseren? Kijk dan voor inspiratie en tips op www.opvoeddebat.nl.
Kenniskring
Kennisuitwisseling over opvoedingsondersteuning door beroepskrachten en onderzoekers.
Opvoeden & Zo
Laagdrempelige cursus voor ouders met opvoedingsvragen.
Triple P
Methode van positief opvoeden voor ouders van kinderen.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Ingrid Ligtermoet is contactpersoon voor professionals met vragen over opvoedingshulp.
Stel een vraag
|
|
Het beleid voor opvoedingsondersteuning valt onder het ministerie voor Jeugd en Gezin, en is op het ogenblik vooral gefocused op de ontwikkeling en invulling van de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). De uitvoering van het beleid valt grotendeels onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Meer informatie over de rol van gemeenten vindt u bij Gemeentelijk beleid.
Momenteel is de ontwikkeling van de CJG's, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (WCPV) het meest bepalend voor het beleid rondom opvoedingsondersteuning.
Het beleid ten aanzien van opvoedingsondersteuning kan gezien worden als een onderdeel van jeugdbeleid en gezinsbeleid. Gezien de samenhang met onderwerpen als sociaal-economische onderwerpen, gezondheidszorg, ontwikkelingsstimulering en onderwijs, kinderopvang, integratie, openbare orde en criminaliteit, zijn bij het beleid opvoedingsondersteuning meerdere ministerie betrokken: het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), het ministerie van Justitie, ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
Opvoedingsondersteuning kan ook worden gezien als een uitwerking van een kindvriendelijk en gezinsvriendelijk beleid, en ouderondersteuning als een van de functies van gezinsbeleid. In Nederland wordt in het lokaal beleid de term 'gezinsvriendelijk beleid' minder gebruikt dan in Vlaanderen, waar veel gemeenten zich afficheren als gezinsvriendelijk.
Legitimatie voor een aanbod van opvoedingsondersteuning kan worden afgeleid uit de behoeften en vragen van kind en ouders. Met de ondertekening in 1995 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) van de Verenigde Naties heeft Nederland zich gebonden ouders bij te staan bij de opvoeding. Die verplichting is verwoord in diverse artikelen.
Het beleid van het ministerie voor Jeugd en Gezin 2007-2011 staat beschreven in de nota 'Alle kansen voor alle kinderen'. Centrale punten in het beleidsprogramma zijn dat het gezin een belangrijke positie krijgt toebedeeld en dat er een omslag komt naar preventief werken. De visie van de rijksoverheid op opvoedingsondersteuning komt onder andere naar voren in de gezinsnota die het ministerie voor Jeugd en Gezin eind 2008 publiceerde onder de titel 'De kracht van het gezin'. In die nota staat dat via de CJG's laagdrempelige opvoedingsinformatie en -ondersteuning beschikbaar komt voor iedereen die daar behoefte aan heeft.
De nota kunt u hier downloaden: Alle kansen voor alle kinderen
.
Wat bekostiging betreft is begin 2009 de Brede Doeluitkering Centra voor Jeugd en Gezin (BDU CJG) van kracht geworden. Gemeenten hebben een beschikking ontvangen voor de jaren 2008 tot en met 2011.
Eerder presenteerde het ministerie van VWS in april 2006 de Nota gezinsbeleid: staalkaart van gerealiseerde ambities en doorkijkje naar toekomst. Deze nota gaat in op opvoedingsondersteuning binnen en buiten het gezin.
Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijk ondersteuning van kracht geworden. Volgens deze wet valt onder maatschappelijke ondersteuning ook: 'op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden'. (Het zogenoemde 'Prestatieveld 2') Het gaat om de volgende vijf gemeentelijke functies van het lokaal preventief jeugdbeleid: informatie en advies, signalering, toeleiding naar het hulpaanbod, licht pedagogische hulp, en coördinatie van zorg op lokaal niveau, die ook in het basismodel van de CJG's zijn opgenomen. Een nadere uiteenzetting daarvan is terug te vinden in de memorie van toelichting van de Wmo. De verantwoordelijkheid voor het lokaal preventief jeugdbeleid en voor maatschappelijke ondersteuning ligt bij de gemeenten. Op de site van het ministerie van VWS vindt u meer informatie over de de Wet maatschappelijk ondersteuning.
In 2003 trad de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid (WCPV) in werking (die zal vervangen worden door de Wet Publieke Zorg). In de WCPV is vastgelegd dat opvoedingsondersteuning een van de taken is van de jeugdgezondheidszorg die onder verantwoordelijkheid van de gemeenten valt. In het 'Basistakenpakket jeugdgezondheidszorg 0 – 19 jaar' (BTP) is uitgewerkt welke taken de gemeenten op het gebied van de jeugdgezondheidszorg moeten uitvoeren.
Het basistakenpakket bestaat uit producten die aan alle kinderen in Nederland worden aangeboden (uniform deel), en daarnaast uit een aanbod dat afgestemd is op de lokale zorgbehoeften en de prioriteiten van de gemeente (maatwerkdeel). In het rapport 'Activiteiten Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg 0 -19 jaar per Contactmoment' (2008) beveelt het RIVM aan om de functies voorlichting, advies, instructie en begeleiding op te nemen in het uniforme deel van het BTP.
UItleg over het basistakenpakket is te downloaden via de site van het ministerie van VWS: Basistakenpakket jeugdgezondheidszorg 0 – 19 jaar
In 2005 trad de Wet op de jeugdzorg in werking, die de toegang tot de hulpverlening regelt. De bureaus jeugdzorg verzorgen de indicatie voor en de doorverwijzing naar hulp. Hulpverleningsinstellingen kunnen dan ouders en gezin onder andere intensieve opvoedingsondersteuning bieden. De bedoeling van de Wet op de jeugdzorg is dat jeugdigen en ouders met lichtere opgroei- en opvoedproblemen een beroep doen op ondersteuning in het kader van het lokaal preventief jeugdbeleid. Op de site Overheid.nl vindt u de gehele wettekst.
In 2005 adviseerde de zogeheten Inventgroep in Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter de overheid al om te komen tot de bundeling van functies in laagdrempelige lokale centra.
In 2003 namen vijf ministeries het initiatief tot Operatie Jong om knelpunten in het jeugdbeleid op te sporen en aan te pakken en de samenhang te bevorderen. In april 2006 presenteerde Operatie Jong het advies Koersen op het kind. Deel 1. Daarin wordt onder meer gepleit voor de bundeling van taken op het gebied van opvoeding, preventieve gezondheidszorg en bescherming in lokale Centra voor jeugd en gezin.
In 2001 bracht de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) het advies Aansprekend opvoeden. Balanceren tussen steun en toezicht uit. Daarin stelt de raad dat de nadruk te veel zou liggen op de pedagogische verantwoordelijkheid van ouders. Burgers, instellingen en overheden moeten de opvoeding als een gedeelde verantwoordelijkheid zien.
Al eerder, vooral sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw, sprak de overheid zich uit over het belang van opvoedingsondersteuning en de invulling daarvan. Zie Ontwikkeling rijksbeleid.
Meer informatie over het beleid van de rijksoverheid vindt u op de pagina Ondersteuning van de opvoeding van het ministerie voor Jeugd en Gezin, de overheidssite www.samenwerkenvoordejeugd.nl, en elders op deze site in het dossier Centra voor Jeugd en Gezin.