
Opvoeddebat
Wilt u een opvoeddebat organiseren? Kijk dan voor inspiratie en tips op www.opvoeddebat.nl.
Kenniskring
Kennisuitwisseling over opvoedingsondersteuning door beroepskrachten en onderzoekers.
Opvoeden & Zo
Laagdrempelige cursus voor ouders met opvoedingsvragen.
Triple P
Methode van positief opvoeden voor ouders van kinderen.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Ingrid Ligtermoet is contactpersoon voor professionals met vragen over opvoedingshulp.
Stel een vraag
|
|
Onderzoek naar opvoedingsondersteuning kan zich richten op veel aspecten. Bijvoorbeeld de pedagogische en ontwikkelingspsychologische onderbouwing (zoals kindvisie en visie op ouderschap), de verantwoording van de interventiestrategie ('programma of persoon') en van de gebruikte methodiek (advies of 'empowerment'), het bereik van de beoogde doelgroep, de kosten-batenanalyse en de beleidseffectevaluatie.
Evaluatie, registratie en monitoring vormen vaste onderdelen van elk traject van opvoedingsondersteuning. In sommige regio's wordt de registratie van het uitvoerend werk goed bijgehouden, maar een dekkend landelijk kwantitatief en kwalitatief overzicht van het werkveld ontbreekt nog grotendeels.
De Inventgroep, bestaande uit G. Schrijvers; J. Hermanns; F. Öry, bracht in 2005 op verzoek van staatssecretaris C. Ross – Van Dorp een gedegen studie uit over effectieve programma's en instrumenten: 'Helpen bij opgroeien en opvoeden: eerder, sneller en beter. Een advies over vroegtijdige signalering en interventies bij opvoed- en opgroeiproblemen'.
Hermanns en Vergeer (2002) onderzochten uitvoerig de werkzaamheid van het gemeentelijk beleid van opvoedingsondersteuning. Prinsen e.a. (2002) inventariseerde de opvoedingsondersteunende methodieken in de jeugdgezondheidszorg voor kinderen van 0 tot 4 jaar in Nederland en Vlaanderen. Blokland e.a. (2004) maakten een vergelijkbare inventarisatie van de opvoedingsondersteuning door de jeugdgezondheidszorg voor kinderen van 4 tot 19 jaar. In hun studie naar een scherpere definitie van 'risicokinderen' geven Kijlstra e.a. (2005) een overzicht van de factoren die eraan bijdragen dat kinderen in achterstandssituaties terechtkomen.
Door Van de Wiel en Blokland (2004) is onderzoek gedaan naar de uitvoering van trainingen van cursusleiders van puberoudercursussen. Vragen daarbij waren of het de instellingen gelukt was voldoende cursusleiders te trainen en betekent dit vervolgens dat er ook een structureeel aanbod voor ouders is.
Allerwegen wordt gepleit om gebruik te maken van programma's waarvan de effectiviteit wetenschappelijk is aangetoond. Dat geldt ook voor opvoedingsondersteuning. Maar in Nederland zijn de meeste werkwijzen en programma's nog niet wetenschappelijk getoetst. Onderzoek naar programma’s op basis van een (pre-)experimenteel ontwerp, waarbij bij voor- en nameting gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde meetinstrumenten, is zeker voor preventieprogramma’s zeer gewenst.
Bronnen vindt u terug in de volgende overzichten: