
De waarde van jeugdwelzijnswerk (2011)
Werkveldbeschrijving kinder-, tiener- en jongerenwerk.
Methodieken Pedagogische Kwaliteit
Databank met methodieken die de pedagogische kwaliteit van jeugdvoorzieningen versterken.
Positief jeugdbeleid (2010)
Rapport met visie op positief jeugdbeleid.
Jongerenwerk verbindt (2009)
Rapport met aanbevelingen voor effectief jongerenwerk.
Kenniskring jeugdwelzijnswerk
Kenniswerkers en kinder- en jongerenwerkers delen kennis over kwaliteitsverbetering van het jeugdwelzijnswerk.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Irma van Hoorik is expert op het gebied van jeugdwelzijnswerk en het verbeteren van de professionele kwaliteit.
Stel een vraag
|
|
Kinderwerkers verzorgen in principe een aanbod voor alle kinderen van 4 tot 13 jaar in een buurt. Veel gemeenten hebben het kinderwerk als algemene basisvoorziening beperkt tot wijken met specifieke doelgroepen, de zogenoemde aandachtswijken, of gekoppeld aan netwerken, zoals de brede school.
Kinderwerkers organiseren instuiven, clubs en cursussen na schooltijd en in de vakanties. Daarnaast organiseren ze vaak projecten en activiteiten voor specifieke doelgroepen, al dan niet in samenwerking met scholen. De omvang en aard van het kinderwerk verschillen sterk per locatie. Kinderwerk vindt onder meer plaats in buurthuizen, op scholen en in speeltuinen. In het kinderwerk ligt veel nadruk op het bieden van een veilige en gestructureerde omgeving. Daarvoor is contact met de ouders nodig.
Het opleidingsniveau van de beroepskrachten in het kinderwerk verschilt. De basisopleiding ligt op mbo-niveau Sociaal-Cultureel Werk, niveau 3 en 4, of Culturele en Maatschappelijke Vorming niveau 3 en 4.
Het professionele jongerenwerk richt zich op de leeftijdsgroep van rond de 10 tot 20 à 23 jaar. Soms wordt de ondergrens bij 14 of 16 jaar gelegd, bijvoorbeeld om een duidelijk onderscheid te maken tussen tieners en jongeren. Het tienerwerk richt zich op de doelgroep van circa 10- tot 15-jarigen.
Meidenwerk
Meisjes kunnen net als jongens ondersteuning gebruiken bij het opgroeien tot volwassen deelnemer aan onze samenleving en bij de problemen die zij daarbij ondervinden. Meisjes vormen echter minder dan 30 procent van de deelnemers aan het jongerenwerk. Dat komt doordat meisjes minder dan jongens in beeld zijn als 'probleemjongeren'. Ook sluit het activiteitenaanbod vaak onvoldoende aan bij hun interesses. Hoe kan het jongerenwerk beter aansluiten bij de behoeften van meisjes?
Cruciaal is een weloverwogen visie op meiden in het jongerenwerk. Ook is de relatie van de jongerenwerker met de jongeren belangrijk, evenals de competenties van de jongerenwerker. Het activiteitenaanbod en de werkwijze moeten meisjes aanspreken en de meiden moeten zich veilig voelen in het jongerencentrum. Doorslaggevend voor het succes is of een gemeente het belang inziet van jongerenwerk voor jongens én meiden.
Volgens het competentieprofiel 'Jongerenwerk' (Van Dam en Zwikker 2008) verschillen tiener- en jongerenwerk in essentie niet veel van elkaar. De werksoorten liggen in elkaars verlengde, maar hebben vanwege de leeftijd van de doelgroep wel een ander accent. Zo hebben tieners in het algemeen meer behoefte aan een beschermde, veilige en gestructureerde omgeving dan jongeren boven de 14 jaar.
Het opleidingsniveau van de beroepskrachten in het tiener- en jongerenwerk verschilt. De basisopleiding ligt op mbo-niveau - niveau 3 en 4 - met de richtingen Sociaal-Cultureel Werk, Culturele en Maatschappelijke Vorming of Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Management- en coördinatiefuncties worden veelal vervuld door medewerkers met een opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming of Sociaal Pedagogische Hulpverlening op hbo- niveau.