
Effectieve Jeugdinterventies
Databank met meer dan 100 erkende interventies.
Jeugdzorgaanbod met potentie
Quickscan om te toesten of een interventie in aanmerking komt voor opname in de databank Effectieve Jeuginterventies.
Marleen Wilschut is coördinator van het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdzorg Nederland (SEJN).
Stel een vraag
Veel interventies die in de praktijk worden gebruikt zijn niet zonder meer aan te duiden als 'bewezen effectief'. Dat betekent nog niet dat de kwaliteit van die interventies slecht is; het bewijs voor de effectiviteit ontbreekt echter.
Van Yperen en Veerman (2008) hebben een kader opgesteld waarin de effectiviteit van interventies is ingedeeld in een aantal niveaus. Zij stellen voor het begrip 'effectiviteit' en het effectonderzoek te koppelen aan het ontwikkelingsstadium waarin een interventie verkeert. Daarvoor hebben zij de zogenaamde 'effectladder' ontwikkeld. Voor meer informatie over de effectladder, kunt u het dossier Effectiviteit van jeugdinterventies raadplegen op de website van het Nederlands Jeugdinstituut.
In de wetenschappelijke wereld is momenteel een levendige discussie gaande rond het thema 'Het nut van de effectladder'. Om de discussie zo transparant mogelijk te voeren, hebben de beide SEJN-partners op deze website een plek ingericht om de documentatie rondom deze discussie te verzamelen en verspreiden.
Asscher, J. & Stams, G.J. (2010). De effectladder waarmee interventies in de jeugdzorg gekwalificeerd worden is misleidend. Folia, december 2010.
Van Yperen, T.A. & Veerman, J.W. (2011). Jeugdzorg op de ladder: reactie op artikel Asscher en Stams in Folia. Eigen beheer Nederlands Jeugdinstituut, februari 2011.
Stams, G.J. (2011). Het recht van de zwakste. NVO-bulletin, 1, 4-6.
Van Yperen, T.A. (2011). Reactie: De effectladder is en blijft nuttig. NVO-bulletin, 2.